ONTWIKKELINGSDOELEN KLEUTERS
DOMEINRUBRIEK NUMMER ONTWIKKELINGSDOELEN
motorische competenties OD lo 1.1 kunnen diverse ruimtelijke hindernissen nemen door middel van klimmen en klauteren, stappen, lopen en springen.
motorische competenties OD lo 1.10 kunnen de armen en benen afwisselend bewegen.
motorische competenties OD lo 1.11 tonen een duidelijke linker of rechter voorkeur voor éénhandige taken.
motorische competenties OD lo 1.12 kunnen hun voorkeurhand tonen, wanneer het expliciet gevraagd wordt.
motorische competenties OD lo 1.13 tonen in taken waar tweehandigheid vereist is een duidelijke taakverdeling in gebruik van linker en rechterhand (-voet).
motorische competenties OD lo 1.14 tonen in het bewegen dat ze de opbouw van het lichaam aanvoelen en kennen en dat ze intuïtief rekening houden met de lichaamsopbouw en met lichaamsgrenzen en -verhoudingen.
motorische competenties OD lo 1.15 kunnen zelf actief omgaan met wijzigingen in de lichaamshouding rekening houdend met de omgeving.
motorische competenties OD lo 1.16 kunnen komen tot rustervaringen.
motorische competenties OD lo 1.17 kunnen in de ruimte snel een afgesproken plaats terugvinden en er rekening mee houden.
motorische competenties OD lo 1.18 kunnen tijdens het bewegen rekening houden met plaatsaanduidingen.
motorische competenties OD lo 1.19 kunnen handelend rekening houden met een te overbruggen afstand.
motorische competenties OD lo 1.2 kunnen de eigen bewegingsbaan stoppen, richten en wijzigen afhankelijk van statische en dynamische objecten: andere bewegers, obstakels, bewegende voorwerpen.
motorische competenties OD lo 1.20 kunnen in eenvoudige bewegings- en spelsituaties de meest efficiënte bewegingsrichting kiezen.
motorische competenties OD lo 1.21 passen de eigen beweging aan aan de snelheid en het tempo van bewegende objecten, of aan de tijdsduur van auditieve signalen.
motorische competenties OD lo 1.22 passen het eigen bewegingsritme spontaan aan aan een eenvoudig opgelegd ritme.
motorische competenties OD lo 1.23 zoeken zelf een uitvoeringsvolgorde in een bepaalde opstelling van toestellen.
motorische competenties OD lo 1.24 kunnen twee of meer opeenvolgende hindernissen nemen.
motorische competenties OD lo 1.25 kunnen doelgericht een beweging onderbreken en laten opvolgen door een andere beweging.
motorische competenties OD lo 1.26 tonen een toenemende bedrevenheid in basisbewegingen met betrekking tot de kind-eigen bewegingscultuur.
motorische competenties OD lo 1.27 tonen actieve bewegingspogingen om de eigen behendigheidsgrens volgens eigen aanvoelen te verleggen.
motorische competenties OD lo 1.28 tonen een toenemende bedrevenheid in het functioneel aanwenden van klein-motorische vaardigheden.
motorische competenties OD lo 1.29 kunnen klein-motorische vaardigheden in verschillende situaties voldoende nauwkeurigheid gedoseerd en ontspannen uitvoeren.
motorische competenties OD lo 1.3 kunnen het evenwicht behouden in verplaatsingen en bij houdingen op diverse steunvlakken.
motorische competenties OD lo 1.30 kunnen de functionele grepen gebruiken voor het hanteren van voorwerpen.
motorische competenties OD lo 1.31 kunnen een eenvoudige reeks van opeenvolgende handelingen uitvoeren binnen bewegingsactiviteiten.
motorische competenties OD lo 1.32 kunnen een gepast bewegingsantwoord geven op eenvoudige speltaken, bewegingsopdrachten, afspraken en regels.
motorische competenties OD lo 1.33 tonen in het handelend omgaan met betekenisinhouden een toenemend begrijpen, toepassen en verwoorden van: spelideeën van kinderspelen; lichaams-, bewegings-, ruimte- en tijdsbegrippen, facetten van fysische kennis; voorstellingen (fantasie); symbolen en
motorische competenties OD lo 1.34 kunnen geconcentreerd bezig blijven met een bewegingsprobleem.
motorische competenties OD lo 1.35 tonen belangstelling voor aangereikte oplossingsstrategieën.
motorische competenties OD lo 1.36 tonen pogingen tot verwoorden van gestelde acties.
motorische competenties OD lo 1.37 kunnen creatief verschillende oplossingen voorstellen.
motorische competenties OD lo 1.38 kunnen geleerde bewegingsprincipes toepassen in andere bewegingssituaties.
motorische competenties OD lo 1.39 kunnen gerichte aandacht opbrengen voor verschillende sensorische prikkels en deze rustig laten inwerken.
motorische competenties OD lo 1.4 kunnen het eigen lichaamsgewicht veilig opvangen door middel van landen en vallen.
motorische competenties OD lo 1.40 tonen in hun vrije spel en in geleide opdrachten een spontaan aanwenden van beweging als expressie en communicatiemiddel.
motorische competenties OD lo 1.5 kunnen onder begeleiding kleuteraangepast materiaal veilig heffen, dragen en verplaatsen.
motorische competenties OD lo 1.6 kunnen met een eenvoudig bewegingsantwoord snel reageren op auditieve, visuele en tactiele signalen.
motorische competenties OD lo 1.7 kunnen voor verschillende basisbewegingen de ledematen functioneel en gecoördineerd inschakelen.
motorische competenties OD lo 1.8 voeren de voornaamste basisbewegingen uit zonder teveel overtollige meebewegingen.
motorische competenties OD lo 1.9 kunnen vlot en spontaan de zijkanten van het lichaam gebruiken en zijwaarts bewegen.
gezonde en veilige levensstijl OD lo 2.1 behouden de natuurlijke vitaliteit en bereidheid om fysieke inspanningen te leveren.
gezonde en veilige levensstijl OD lo 2.10 ontwikkelen een goed hygiënische gewoonte en weten dat zij schoeisel en kledij moeten aanpassen aan de omstandigheden.
gezonde en veilige levensstijl OD lo 2.2 nemen zelf initiatief om groot-motorisch te bewegen.
gezonde en veilige levensstijl OD lo 2.3 beleven zichtbaar plezier aan fysieke inspanningen.
gezonde en veilige levensstijl OD lo 2.4 ontwikkelen een correcte lichaamshouding.
gezonde en veilige levensstijl OD lo 2.5 behouden hun natuurlijke lenigheid.
gezonde en veilige levensstijl OD lo 2.6 kunnen in diverse spelsituaties de nodige kracht tonen om het eigen lichaamsgewicht en kleuter-aangepast spelmateriaal te verplaatsen en te dragen.
gezonde en veilige levensstijl OD lo 2.7 kunnen een fysieke inspanning een tijdlang volhouden.
gezonde en veilige levensstijl OD lo 2.8 kunnen eenvoudige verplaatsingsvormen op snelheid uitvoeren.
gezonde en veilige levensstijl OD lo 2.9 herkennen effecten van fysieke activiteit op het eigen lichaam en kunnen dat op hun manier verwoorden.
zelfconcept en sociaal functioneren OD lo 3.1 tonen een intrinsieke belangstelling om diverse nieuwe bewegingssituaties te verkennen.
zelfconcept en sociaal functioneren OD lo 3.10 kunnen kleuter-aangepast materiaal uithalen en weer opbergen op de afgesproken plaats.
zelfconcept en sociaal functioneren OD lo 3.11 kunnen materiaal op de geëigende manier gebruiken.
zelfconcept en sociaal functioneren OD lo 3.12 kunnen binnen een eenvoudige spelvorm één tot twee spelregels opvolgen.
zelfconcept en sociaal functioneren OD lo 3.13 gaan spontaan over tot het maken van eenvoudige afspraken binnen het functioneren in subgroepjes.
zelfconcept en sociaal functioneren OD lo 3.2 kunnen speels bezig zijn met de eigen beweging en lichamelijkheid.
zelfconcept en sociaal functioneren OD lo 3.3 tonen in het experimenteergedrag dat ze de eigen mogelijkheden en begrenzingen aanvoelen.
zelfconcept en sociaal functioneren OD lo 3.4 tonen een rustige aanwezigheid in het eigen lichaam, voelen de eigen grenzen en tonen een vertrouwdheid met de eigenheid van het lichaam.
zelfconcept en sociaal functioneren OD lo 3.5 tonen in diverse bewegingssituaties een variatie aan innerlijk beleven.
zelfconcept en sociaal functioneren OD lo 3.6 tonen een persoonlijke stijl in spontane expressie.
zelfconcept en sociaal functioneren OD lo 3.7 durven de eigen bewegingsvormen en behendigheden tonen.
zelfconcept en sociaal functioneren OD lo 3.8 kunnen zich emotioneel uiten binnen aanvaardbare grenzen.
zelfconcept en sociaal functioneren OD lo 3.9 kunnen in bewegingssituaties respectvol rekening houden met de veiligheid en de vermogens van andere kleuters en passen hun handelingen aan.
beeld OD muz 1.1 visuele waarneming en beeldend geheugen versterken en vergroten door beeldelementen te herkennen.
beeld OD muz 1.2 materiaalgevoeligheid ontwikkelen door exploreren en experimenteren.
beeld OD muz 1.3 kleur, lijn, vlak, ritme, vorm en versiering onderscheiden en de ontdekking van beeldelementen verwoorden.
beeld OD muz 1.4 verschillende beeldende, technische middelen aanwenden en samen gebruiken om tot beeldend werk te komen.
beeld OD muz 1.5 impressies uiten in een persoonlijke, authentieke creatie en plezier scheppen in het zoeken en vinden.
muziek OD muz 2.1 klanken, geluiden, stilte en stemmingen in beluisterde muziek ervaren en herkennen.
muziek OD muz 2.2 ritme in beluisterde muziek en liedjes ervaren, herkennen en nabootsen.
muziek OD muz 2.3 signalen, functie en sfeer van beluisterde muziek of liedje ervaren en herkennen, en alleen of in groep reproduceren.
muziek OD muz 2.4 een toenemende stembeheersing ontwikkelen.
muziek OD muz 2.5 met plezier een toenemend vermogen tot experimenteren en improviseren ontwikkelen met klank, stem of instrument.
drama OD muz 3.1 eigen belevenissen, ervaringen, gedachten, gevoelens, handelingen verwoorden.
drama OD muz 3.2 zich inleven in personages en dingen uit de omgeving en deze uitbeelden.
drama OD muz 3.3 met een creatief stem- en taalgebruik expressief reageren en belevenissen uitbeelden.
drama OD muz 3.4 ervaren dat de juiste verhouding tussen woord en beweging de expressie kan vergroten.
drama OD muz 3.5 genieten van een gevarieerd aanbod van hedendaagse en klassieke kinderliteratuur, en voor hen bestemde culturele activiteiten.
beweging OD muz 4.1 spontaan meebewegen op muziek.
beweging OD muz 4.2 meedoen met bewegingen die tijdens het vertellen van een verhaal aan bod komen, en belangstelling tonen om het bewegingsinspirerend gegeven nauwkeurig te observeren en na te bootsen.
beweging OD muz 4.3 ervaren dat ze een persoonlijke stijl kunnen ontwikkelen.
beweging OD muz 4.4 waargenomen klanken omzetten in beweging.
beweging OD muz 4.5 de eigen dansexpressie verwoorden.
beweging OD muz 4.6 genieten van en belangstellend kijken naar een gevarieerd aanbod van lichaamsexpressie van kinderen en volwassenen.
media OD muz 5.1 alert omgaan met voor hen bestemde audiovisuele boodschappen.
media OD muz 5.2 vaststellen dat klanken, beelden en bewegingen elkaar wederzijds beïnvloeden.
media OD muz 5.3 de volgorde van een reeks van voorwerpen, prenten, beelden, klanken en geluiden vaststellen, veranderen, schikken, herschikken en er een nieuw verhaal rond vertellen.
media OD muz 5.4 bewuster luisteren en kijken naar de hoeveelheden geluiden en klanken en zeer eenvoudige audiovisuele boodschappen.
attitudes OD muz 6.1 openstaan voor nieuwe dingen uit hun omgeving.
attitudes OD muz 6.2 ervan genieten bezig te zijn met de dingen die hen omringen om hun expressiemogelijkheden te ontdekken.
attitudes OD muz 6.3 vertrouwen op hun expressiemogelijkheden en durven hun eigen expressiestijl tonen.
attitudes OD muz 6.4 respect betonen voor uitingen van leeftijdgenoten, behorend tot de eigen en de andere culturen.
attitudes OD muz 6.5 genieten van de fantasie, de originaliteit, de creativiteit en de zelfexpressie in 'kunstwerken'.
luisteren OD ned 1.1 een mondelinge boodschap, eventueel ondersteund door gebaar, mimiek met betrekking tot een concrete situatie begrijpen.
luisteren OD ned 1.2 voor hen bestemde vragen in concrete situaties begrijpen.
luisteren OD ned 1.3 een mondelinge, voor hen bestemde boodschap, ondersteund door beeld en/of geluid, begrijpen.
luisteren OD ned 1.4 door de kleuteronderwijzer gegeven opdrachten, met betrekking tot activiteiten in de klas of op school, begrijpen.
luisteren OD ned 1.5 een beluisterd verhaal, bestemd voor hun leeftijdsgroep, begrijpen.
luisteren OD ned 1.6 de bereidheid vertonen om naar elkaar te luisteren en om zich in te leven in een boodschap.
spreken OD ned 2.1 kunnen een voor hen bestemde mededeling en/of een verhaal zo (her)formuleren, dat de inhoud ervan  herkenbaar overkomt.
spreken OD ned 2.10 kunnen zich inleven in duidelijk herkenbare rollen en situaties en vanuit eigen verbeelding/beleving hierop inspelen.
spreken OD ned 2.11 hanteren bij het realiseren van de hierboven genoemde ontwikkelingsdoelen zoveel mogelijk standaard-Nederlands ondersteund door volwassenen.
spreken OD ned 2.12 zijn bereid om eigen gevoelens en verlangens op een persoonlijke manier uit te drukken.
spreken OD ned 2.13 beleven plezier in het gebruiken van taal en het spelen met taal in concrete situaties.
spreken OD ned 2.2 kunnen spreken over ervaringen of gebeurtenissen uit de eigen omgeving of over wat ze van anderen vernamen.
spreken OD ned 2.3 kunnen spreken over gevoelens als blijheid, angst, verdriet, verwondering.
spreken OD ned 2.4 kunnen uitleggen hoe zij in een activiteit van plan zijn te werken of hoe zij werkten.
spreken OD ned 2.5 kunnen iemand of iets beschrijven volgens kleur, vorm, grootte of een specifieke eigenschap.
spreken OD ned 2.6 kunnen antwoorden op gerichte vragen in verband met betekenis, inhoud, bedoeling, mening in concrete situaties.
spreken OD ned 2.7 kunnen in een gesprek met een eenvoudige maar relevante vraag of met commentaar reageren.
spreken OD ned 2.8 kunnen zelf vragen stellen aan anderen die de door hen gewenste informatie leveren.
spreken OD ned 2.9 kunnen de hulp of medewerking van anderen inroepen.
lezen OD ned 3.1 kunnen aan de hand van visueel materiaal een boodschap herscheppen.
lezen OD ned 3.2 kunnen door symbolen voorgestelde boodschappen in verband met concrete activiteiten begrijpen.
lezen OD ned 3.3 kunnen op materialen, in boeken, op uithangborden lettertekens onderscheiden van andere tekens.
lezen OD ned 3.4 zijn bereid spontaan en zelfstandig voor hen bestemde boeken en andere infobronnen in te kijken.
schrijven OD ned 4.1 een ervaring, een verhaal weergeven door middel van visueel materiaal.
schrijven OD ned 4.2 met hulp van volwassenen, eigen boodschappen door middel van symbolen vastleggen en kenbaar maken.
schrijven OD ned 4.3 onvolledige eenvoudige beelden aanvullen.
taalbeschouwing OD ned 5.1 De kleuters kunnen duidelijke vormen van mondelinge communicatie herkennen.
taalbeschouwing OD ned 5.2 Zij beseffen dat boodschappen visueel kunnen worden bewaard en daardoor opnieuw kunnen worden opgeroepen.
taalbeschouwing OD ned 5.3 Zij beseffen dat mensen door middel van het schrift boodschappen kunnen vastleggen.
taalbeschouwing OD ned 5.4 Zij beseffen dat bepaalde symbolen (pictogrammen, lettertekens, ...) dienen om boodschappen over te dragen.
taalbeschouwing OD ned 5.5 Zij stellen zich vragen bij en reflecteren over taal en taalgebruik in concrete situaties: discrimineren van klanken, woorden; ritmische aspecten van taal, rijmen; intonatie en mimiek in relatie tot gevoelens, boodschap.
natuur OD wero 1.1 kunnen mensen, dieren en planten ordenen aan de hand van eenvoudige, zelfgevonden criteria.
natuur OD wero 1.1 (sep 2010) kunnen verschillen onderscheiden in geluid, geur, kleur, smaak en voelen;
natuur OD wero 1.10 tonen goede gewoonten inzake dagelijkse hygiëne.
gezondheid OD wero 1.10 (sep 2010) kunnen in concrete situaties gedragingen herkennen die bevorderlijk of schadelijk zijn voor hun gezondheid;
natuur OD wero 1.11 weten dat ze door de inname van sommige producten en planten ziek kunnen worden.
gezondheid OD wero 1.11 (sep 2010) tonen goede gewoonten in hun dagelijkse hygiëne;
natuur OD wero 1.12 tonen een houding van zorg en respect voor de natuur.
gezondheid OD wero 1.12 (sep 2010) weten dat ze door de inname van sommige producten en planten ziek kunnen worden.
milieu OD wero 1.13 (sep 2010) tonen een houding van zorg en respect voor de natuur.
natuur OD wero 1.2 kunnen in verband met voortplanting van mensen en dieren, getuigenis geven van het inzicht dat: een levend wezen steeds voortkomt uit een ander levend wezen van dezelfde soort; dat de geboorte wordt voorafgegaan door een periode van gedragen worden door
natuur OD wero 1.2 (sep 2010) tonen een explorerende en experimenterende aanpak om meer te weten te komen over de natuur;
natuur OD wero 1.3 (sep 2010) kunnen met hulp van een volwassene, eenvoudige bronnen hanteren om meer te weten te komen over de natuur.
natuur OD wero 1.4 kunnen verschillende weersomstandigheden gericht waarnemen, vergelijken en benoemen; voorbeelden geven van de gevolgen voor zichzelf
natuur OD wero 1.4 (sep 2010) kunnen organismen en gangbare materialen ordenen aan de hand van eenvoudige, zelf gevonden criteria;
natuur OD wero 1.5 kunnen experimenteren met enkele gangbare stoffen, ze onderscheiden en groeperen volgens één zelf gevonden eigenschap.
natuur OD wero 1.5 (sep 2010) kunnen in verband met voortplanting van mensen en dieren, illustreren dat een levend wezen steeds voortkomt uit een ander levend wezen van dezelfde soort;
natuur OD wero 1.6 kunnen bij zichzelf aangeven welk lichaamsdeel instaat voor het horen, zien, ruiken, proeven en voelen; kunnen de verschillen in de vorm, de geur, de smaak, het geluid, de kleur en in aanvoelen onderscheiden
natuur OD wero 1.6 (sep 2010) kunnen illustreren dat de geboorte van mens en dier wordt voorafgegaan door een periode van gedragen worden door de moeder of door de ontwikkeling in een ei;
natuur OD wero 1.7 tonen een experimenterende en explorerende aanpak om meer te weten te komen over de natuur.
natuur OD wero 1.7 (sep 2010) kunnen bij zichzelf aangeven welk lichaamsdeel instaat voor het horen, zien, ruiken, proeven en voelen;
natuur OD wero 1.8 kunnen met hulp van een volwassene, eenvoudige bronnen hanteren om meer te weten te komen over de natuur.
natuur OD wero 1.8 (sep 2010) kunnen verschillende weersomstandigheden waarnemen, vergelijken en benoemen en voorbeelden geven van de gevolgen voor zichzelf.
natuur OD wero 1.9 kunnen bij zichzelf en bij anderen het verschil tussen ziek, gezond en gewond zijn herkennen; in concrete situaties gedragingen herkennen die bevorderlijk of schadelijk zijn voor hun gezondheid
gezondheid OD wero 1.9 (sep 2010) kunnen bij zichzelf en bij anderen het verschil tussen ziek, gezond en gewond zijn herkennen;
technologie OD wero 2.1 kunnen van voorwerpen uit hun omgeving aangeven dat ze gemaakt zijn van ijzer, steen, hout, glas, papier, textiel of plastiek.
techniek OD wero 2.1 (sep 2010) van technische systemen die ze zelf vaak gebruiken, aangeven of ze gemaakt zijn van metaal, steen, hout, glas, papier, textiel of kunststof;
techniek OD wero 2.10 (sep 2010) aangeven dat een technisch systeem dat ze gebruiken nuttig, gevaarlijk en/of schadelijk kan zijn.
technologie OD wero 2.2 kunnen van eenvoudige voorwerpen uit hun omgeving aantonen dat ze bestaan uit verschillende onderdelen.
techniek OD wero 2.2 (sep 2010) van een eenvoudig technisch systeem uit hun omgeving aantonen dat verschillende onderdelen ervan in relatie staan tot elkaar in functie van een vooropgesteld doel.
technologie OD wero 2.3 kunnen bij eenvoudige voorwerpen uit hun omgeving de meest courante verbindingen en hechtingswijzen herkennen.
techniek OD wero 2.3 (sep 2010) in een eenvoudige situatie nagaan welk technisch systeem best tegemoet komt aan een behoefte;
technologie OD wero 2.4 kunnen met gangbare materialen een eenvoudige constructie maken, waarbij ze geschikt materiaal, geschikte hechtingswijzen en geschikt gereedschap kiezen.
techniek OD wero 2.4 (sep 2010) ideeën bedenken voor een eenvoudig technisch systeem;
technologie OD wero 2.5 tonen zich bereid om veilig om te gaan met materialen en gereedschap van de klas.
techniek OD wero 2.5 (sep 2010) geschikt materiaal en gereedschap kiezen voor het realiseren van een eenvoudig technisch systeem;
techniek OD wero 2.6 (sep 2010) een eenvoudig technisch systeem maken, al dan niet aan de hand van een stappenplan;
techniek OD wero 2.7 (sep 2010) nagaan of het doel werd bereikt met een zelfgemaakt technisch systeem.
techniek OD wero 2.8 (sep 2010) zijn bereid hygiënisch, veilig en zorgzaam te werken;
techniek OD wero 2.9 (sep 2010) tonen een experimentele en explorerende aanpak om meer te weten te komen over techniek.
mens OD wero 3.1 kunnen bij zichzelf onderkennen wanneer zij bang, blij, boos of verdrietig zijn en kunnen dit op een eenvoudige wijze uitdrukken.
mens OD wero 3.1 (sep 2010) kunnen bij zichzelf onderkennen wanneer zij bang, blij, boos of verdrietig zijn en kunnen dit op een eenvoudige wijze uitdrukken.
mens OD wero 3.10 kunnen in concrete situaties met de hulp van een volwassene afspraken maken.
mens OD wero 3.10 (sep 2010) kunnen in concrete situaties met de hulp van een volwassene afspraken maken.
mens OD wero 3.11 kunnen bij een activiteit of een spel in een kleine groep, controleren of de anderen zich aan de regels houden.
mens OD wero 3.11 (sep 2010) kunnen bij een activiteit of een spel in een kleine groep, controleren of de anderen zich aan de regels houden.
mens OD wero 3.2 kunnen in een eenvoudige taal een recent gebeurde situatie waarbij zij betrokken waren in dialoog met een volwassene, beschrijven en vertellen hoe zij zich daarbij voelden.
mens OD wero 3.2 (sep 2010) kunnen in een eenvoudige taal een recent gebeurde situatie waarbij zij betrokken waren in dialoog met een volwassene, beschrijven en vertellen hoe zij zich daarbij voelden.
mens OD wero 3.3 tonen in concrete situaties voldoende zelfvertrouwen in eigen mogelijkheden.
mens OD wero 3.3 (sep 2010) tonen in concrete situaties voldoende zelfvertrouwen in eigen mogelijkheden.
mens OD wero 3.4 kunnen in concrete situaties verschillende manieren van omgaan met elkaar herkennen en erover praten.
mens OD wero 3.4 (sep 2010) kunnen in concrete situaties verschillende manieren van omgaan met elkaar herkennen en erover praten.
mens OD wero 3.5 kunnen bij anderen gevoelens van bang, blij, boos en verdrietig zijn herkennen en kunnen meeleven in dit gevoel.
mens OD wero 3.5 (sep 2010) kunnen bij anderen gevoelens van bang, blij, boos en verdrietig zijn herkennen en kunnen meeleven in dit gevoel.
mens OD wero 3.6 weten dat mensen eenzelfde situatie op een verschillende wijze kunnen ervaren en er verschillend kunnen op reageren.
mens OD wero 3.6 (sep 2010) weten dat mensen eenzelfde situatie op een verschillende wijze kunnen ervaren en er verschillend kunnen op reageren.
mens OD wero 3.7 kunnen een gevoeligheid tonen voor de behoeften van anderen.
mens OD wero 3.7 (sep 2010) kunnen een gevoeligheid tonen voor de behoeften van anderen.
mens OD wero 3.8 kunnen voor zichzelf opkomen door signalen te geven die voor anderen begrijpelijk en aanvaardbaar zijn.
mens OD wero 3.8 (sep 2010) kunnen voor zichzelf opkomen door signalen te geven die voor anderen begrijpelijk en aanvaardbaar zijn.
mens OD wero 3.9 kennen en begrijpen omgangsvormen, leefregels en afspraken die van belang zijn voor het samenleven in een groep.
mens OD wero 3.9 (sep 2010) kennen en begrijpen omgangsvormen, leefregels en afspraken die van belang zijn voor het samenleven in een groep.
maatschappij OD wero 4.1 kunnen beroepen en bezigheden van volwassenen die ze kennen op een eenvoudige wijze beschrijven.
maatschappij OD wero 4.1 (sep 2010) kunnen beroepen en bezigheden van volwassenen die ze kennen op een eenvoudige wijze beschrijven.
maatschappij OD wero 4.2 kunnen in een concrete situatie het onderscheid maken tussen geven, krijgen, ruilen, lenen, kopen en verkopen.
maatschappij OD wero 4.2 (sep 2010) kunnen in een concrete situatie het onderscheid maken tussen geven, krijgen, ruilen, lenen, kopen en verkopen.
maatschappij OD wero 4.3 kunnen verschillende gezinsvormen herkennen.
maatschappij OD wero 4.3 (sep 2010) kunnen verschillende gezinsvormen herkennen.
maatschappij OD wero 4.4 herkennen vormen van afwijzend of waarderend reageren op het anders-zijn van mensen.
maatschappij OD wero 4.4 (sep 2010) herkennen vormen van afwijzend of waarderend reageren op het anders-zijn van mensen.
maatschappij OD wero 4.5 beseffen dat sommige mensen een andere levenswijze hebben dan zijzelf, als ze geconfronteerd worden met beelden, informatie of mensen uit een andere cultuur.
maatschappij OD wero 4.5 (sep 2010) beseffen dat sommige mensen een andere levenswijze hebben dan zijzelf, als ze geconfronteerd worden met beelden, informatie of mensen uit een andere cultuur.
maatschappij OD wero 4.6 kunnen met concrete voorbeelden illustreren dat mensen die samenleven, zich organiseren via regels waaraan iedereen zich moet houden.
maatschappij OD wero 4.6 (sep 2010) kunnen met concrete voorbeelden illustreren dat mensen die samenleven, zich organiseren via regels waaraan iedereen zich moet houden.
maatschappij OD wero 4.7 weten dat er mensen zijn die waken over het naleven van regels in elke samenleving.
maatschappij OD wero 4.7 (sep 2010) weten dat er mensen zijn die waken over het naleven van regels in elke samenleving.
maatschappij OD wero 4.8 kunnen een onderscheid maken tussen geweldloze en gewelddadige oplossingen voor conflicten.
maatschappij OD wero 4.8 (sep 2010) kunnen een onderscheid maken tussen geweldloze en gewelddadige oplossingen voor conflicten.
tijd OD wero 5.1 begrijpen dat "gisteren" voorbij is en dat "morgen" nog moet komen; kunnen de begrippen vandaag, dag, nacht in hun juiste betekenis gebruiken
tijd OD wero 5.1 (sep 2010) begrijpen dat "gisteren" voorbij is en dat "morgen" nog moet komen; kunnen de begrippen vandaag, dag, nacht in hun juiste betekenis gebruiken
tijd OD wero 5.2 kunnen een beperkt aantal vaste gebeurtenissen in het verloop van hun dag in een juiste volgorde aangeven.
tijd OD wero 5.2 (sep 2010) kunnen een beperkt aantal vaste gebeurtenissen in het verloop van hun dag in een juiste volgorde aangeven.
tijd OD wero 5.3 tonen tijdsbesef aan de hand van het functioneel gebruik van verschillende soorten kalenders.
tijd OD wero 5.3 (sep 2010) tonen tijdsbesef aan de hand van het functioneel gebruik van verschillende soorten kalenders.
tijd OD wero 5.4 kunnen een eenvoudig visueel voorgesteld plan zelfstandig uitvoeren.
tijd OD wero 5.4 (sep 2010) kunnen een eenvoudig visueel voorgesteld plan zelfstandig uitvoeren.
tijd OD wero 5.5 kunnen terugblikken op minstens twee voorbije activiteiten door deze in de juiste volgorde te rangschikken en te verwoorden.
tijd OD wero 5.5 (sep 2010) kunnen terugblikken op minstens twee voorbije activiteiten door deze in de juiste volgorde te rangschikken en te verwoorden.
tijd OD wero 5.6 kunnen in de tijd vooruitzien door minstens twee activiteiten na elkaar te plannen.
tijd OD wero 5.6 (sep 2010) kunnen in de tijd vooruitzien door minstens twee activiteiten na elkaar te plannen.
ruimte OD wero 6.1 kunnen een menselijke figuur tekenen met de belangrijkste lichaamsdelen (het hoofd, de romp, de benen,  de armen, de oren, de ogen, de neus en de mond) op de juiste plaats.
ruimte OD wero 6.1 (sep 2010) kunnen een menselijke figuur tekenen met de belangrijkste lichaamsdelen (het hoofd, de romp, de benen, de armen, de oren, de ogen, de neus en de mond) op de juiste plaats.
ruimte OD wero 6.10 herkennen in hun omgeving plaatsen waar ze veilig kunnen spelen en waar niet.
ruimte OD wero 6.10 (sep 2010) herkennen in hun omgeving plaatsen waar ze veilig kunnen spelen en waar niet.
ruimte OD wero 6.11 beseffen dat het verkeer risico's inhoudt.
ruimte OD wero 6.11 (sep 2010) beseffen dat het verkeer risico's inhoudt.
ruimte OD wero 6.12 kunnen onder begeleiding elementaire verkeersregels toepassen.
ruimte OD wero 6.12 (sep 2010) kunnen onder begeleiding elementaire verkeersregels toepassen.
ruimte OD wero 6.2 kunnen inschatten hoeveel ruimte hun eigen lichaam inneemt.
ruimte OD wero 6.2 (sep 2010) kunnen inschatten hoeveel ruimte hun eigen lichaam inneemt.
ruimte OD wero 6.3 vinden zelfstandig hun weg in een vertrouwde omgeving.
ruimte OD wero 6.3 (sep 2010) vinden zelfstandig hun weg in een vertrouwde omgeving.
ruimte OD wero 6.4 kunnen aan een bekende volwassene hun naam en de gemeente waar ze wonen zeggen.
ruimte OD wero 6.4 (sep 2010) kunnen aan een bekende volwassene hun naam en de gemeente waar ze wonen zeggen.
ruimte OD wero 6.5 kennen de betekenis van volgende pictogrammen: de pijl, de uitgang, het toilet
ruimte OD wero 6.5 (sep 2010) kennen de betekenis van volgende pictogrammen: de pijl, de uitgang, het toilet
ruimte OD wero 6.6 kunnen voorstellingen van vertrouwde plaatsen en voorwerpen herkennen.
ruimte OD wero 6.6 (sep 2010) kunnen voorstellingen van vertrouwde plaatsen en voorwerpen herkennen.
ruimte OD wero 6.7 kunnen een ruimte inrichten in functie van hun spel.
ruimte OD wero 6.7 (sep 2010) kunnen een ruimte inrichten in functie van hun spel.
ruimte OD wero 6.8 kunnen, mits aanwijzingen, orde brengen in een beperkte ruimte.
ruimte OD wero 6.8 (sep 2010) kunnen, mits aanwijzingen, orde brengen in een beperkte ruimte.
ruimte OD wero 6.9 kunnen verschillen in landschappen en omgevingen, door mensen ingericht, verwoorden.
ruimte OD wero 6.9 (sep 2010) kunnen verschillen in landschappen en omgevingen, door mensen ingericht, verwoorden.
getallen OD wis 1.1 handelend en verwoordend de ene concrete hoeveelheid dingen vergelijken met een andere hoeveelheid dingen. Bij het verwoorden gebruiken zij daarbij de passende hoeveelheidsbegrippen. (evenveel/niet evenveel dingen, veel/weinig dingen, te veel/te weinig dingen,...)
getallen OD wis 1.2 met aanwijzing vijf dingen correct (simultaan) tellen en daarna zeggen hoeveel dingen er geteld zijn (resultatief).
getallen OD wis 1.3 een rangorde (tot vijfde) aanduiden en verwoorden (ordinaal tellen) als begin en richting zijn afgesproken.
getallen OD wis 1.4 in concrete situaties rekenhandelingen uitvoeren met betrekking tot aantal en hoeveelheid. Zij kunnen deze handelingen verwoorden door de gepaste begrippen te hanteren ( evenveel maken, bijdoen, wegdoen, samentellen, vermeerderen, verminderen, verdelen).
getallen OD wis 1.5 door handelend en verwoordend te vergelijken, aangeven dat er een bepaalde hoeveelheid dingen dezelfde blijft, hoe ze ook geplaatst of geordend zijn in de ruimte.
meten OD wis 2.1 handelend en verwoordend twee dingen op hun kwalitatieve eigenschap vergelijken.
meten OD wis 2.2 dingen kwalitatief vergelijken en samenbrengen op basis van één of twee gemeenschappelijke kenmerken.
meten OD wis 2.3 dingen rangschikken volgens de toenemende of afnemende mate van een welbepaald kwalitatief kenmerk.
meten OD wis 2.4 in concrete situaties handelingen uitvoeren met vormen, grootheden en figuren, in functie van een kwalitatief kenmerk.
meten OD wis 2.5 handelend en verwoordend, aangeven dat een bepaalde grootheid (lengte, inhoud, volume, gewicht, oppervlakte) van een ding dezelfde blijft, hoe dit ook geplaatst of geordend is in de ruimte.
meten OD wis 2.6 bij benadering een voorwerp "meten" met een zelfgekozen maateenheid.
meten OD wis 2.7 verandering, beweging, (snelheid) die ze met hun eigen lichaam ervaren of die ze bij voorwerpen, verschijnselen of bij andere mensen waarnemen, verwoorden.
meten OD wis 2.8 bij vergelijking van twee voor hen bekende activiteiten en bij voldoende duidelijke verschillen, verwoorden welke activiteit het langst en welke het kortst duurt.
meten OD wis 2.9 aan de hand van een kalender de dagen aftellen tussen het nu en een speciale gebeurtenis waarvan de dag is aangegeven binnen de periode van een week.
ruimte OD wis 3.1 handelend, in concrete situaties de begrippen "in, op, boven, onder, naast, voor, achter, eerste, laatste, tussen, schuin, op elkaar, ver weg, dicht bij, binnen, buiten, omhoog en omlaag" in hun juiste betekenis gebruiken. Zij kunnen pictogrammen in verb
ruimte OD wis 3.2 vanuit verschillende gezichtspunten die ze zelf concreet innemen, verwoorden hoe eenzelfde voorwerp, gebouw of persoon er telkens anders uitziet.
ruimte OD wis 3.3 in een concrete situatie oplossingen vinden voor een ruimtelijk probleem.
ruimte OD wis 3.4 vanuit een patroon een rij of een reeks dingen verder zetten. In het patroon kunnen aantallen (beperkt tot 5) en/of kwalitatieve kenmerken (beperkt tot twee gemeenschappelijke) voorkomen.